Built with Berta.me

  1. Artistiek Onderzoek/Artistic Research

    ‘Kunst is zingeving, betekenis ontdekken in, of toekennen aan, het bestaan. Kunstwerken zijn het product van de verbeelding, wat niet wil zeggen dat ze niets met de werkelijkheid te maken hebben. Omdat ze als reële dingen in de wereld bestaan beïnvloeden ze onze waarneming van de werkelijkheid en vormen ze ons begrip ervan. In deze context brengt het denken kunst voort en ontwikkelt kunst het denken. Dit laatste geldt net zo goed voor de maker als voor de beschouwer en het publiek in het algemeen. Hierdoor geeft kunst richting aan de evolutie van onze cultuur. Het denken in beeldende kunst en vormgeving is een bijzondere manier van denken. Het is denken in materie of materiële middelen. Iedere kunstenaar en ontwerper is vertrouwd met het verschijnsel dat er een moment komt tijdens het proces van het maken van een werk waarop de materie waarmee hij aan de slag is gegaan mee gaat denken. De materie beïnvloedt het maakproces en dwingt beslissingen af.’ 1

     

    Artistic Research: denken door maken

    Een persoonlijke noot. Ik ben met beeld opgegroeid. Mijn vader was architect, mijn moeder was multicreatief. Ik hing als kind over de tekentafel van mijn vader en ik tekende de bewoners van zijn huizen. Was ik in een ander gezin opgegroeid waren wellicht andere kwaliteiten beter ontwikkeld. Niet een bepaalde kunstvorm stond mij voor ogen, ik wilde  kunstenaar worden, het beeld was voor mij het belangrijkste motief. Het inhoudelijk motief bepaalt het beeld. Hier start de beginvraag: waarom wil ik dit maken, wat wil ik uitdrukken, wat betekent/representeert dat? (Dit autobiografische aspect van afkomst en opvoeding speelt een belangrijke rol binnen artistiek onderzoek.)

    Artistic research is onderzoek vanuit de kunsten naar en in de kunst. Dat kunnen alle kunsten zijn, scheppend, componerend, uitvoerend. Het impliceert het onderzoek door de maker zelf naar het eigen werk, dat tot stand komt door vragen die je jezelf stelt en die voortkomen uit probleemstellingen (de ontwikkeling) van het eigen werk. Anders dan puur wetenschappelijk onderzoek komen deze vragen mede tot stand door te doen, uit te proberen, te ontwikkelen, maken. Maken is in dit geval tegelijkertijd denken, analyseren, studeren, begrijpen, reflecteren, onderzoeken. Vanuit het maken, de problemen die zich in het werkproces voordoen ontstaat kritische reflectie. Dit vormt de basis voor verder onderzoek, ook in een bredere (culturele/wetenschappelijke) context.

    De mens is in staat om te visualiseren, complementeren en symboliseren. Visualiseren in de betekenis van de mens die bouwt wat hij heeft gezien – om de natuur te begrijpen – en dat vervolgens probeert uit te drukken. Waar de natuur een oneindige ruimte suggereert, zal de mens een omheining bouwen. Complementeren kan gezien worden als toevoegen van iets wat ontbreekt. Symboliseren is de belangrijkste stap die de wijze van man-made handelen uitdrukt, namelijk de kracht tot omzetten, vertalen, transformeren in een nieuw product, medium, of een nieuwe plaats. De Noorse architect Christian Norberg-Schulz (1926-2000) typeert hier de kern van creëren of maken, namelijk, het proces dat zich afspeelt om een plek eigen te maken en de transpositie die zich voltrekt tussen idee en verbeelding/of vertaling in een tastbaar object.2 In het onderzoek van de kunstenaar staat het maakproces gelijk aan het denkproces.3

     

    maken = weten >  reflecteren >  artistiek onderzoek

     

    Performativiteit door materialiteit

    Geluid, geur, beeld zijn alle autonome entiteiten, ze zijn tastbaar en hebben een autobiografisch vermogen, ze appelleren aan ons gevoel/zin voor herinnering. Tastbaarheid, tactiliteit, vastpakken, aanraken, ruiken, proeven, voelen en horen zeggen bovendien iets over de materialiteit, het materiaal (hoe efemeer of synesthesisch dan ook) waarmee we (welke vorm van) kunst (ook) maken. Artistic research is denken door het materiaal, welke taal spreekt het materiaal, wat representeert het materiaal, maar ook: wat doet het materiaal, wat brengt het teweeg? Het materiaal representeert en is performatief tegelijkertijd.

    Het performatieve (performative/performatory/performativity) wordt gedefinieerd als een expressie of wijze van uitdrukken die niet alleen een actie in taal beschrijft of representeert, maar ook iets teweegbrengt en in beweging zet.4 Een tekst betekent niet alleen iets, maar richt ook wat aan, is zelf ook een enscenering. Performance als methode gaat niet uit van een gegeven realiteit die voorafgaat aan een persoonlijke ervaring, maar gaat uit van de wereld zelf die wordt opgevoerd, gespeeld, of de situatie waarin er actief een nieuwe wereld of realiteit (zonder gegeven dictaat) wordt performed. Het begrip performance in de podiumkunsten kan verwijzen naar verschillende gebeurtenissen. Het kan een uitvoering van een bestaand (muziek/theatraal) stuk zijn, waarbij geen twee uitvoeringen identiek zijn. Wanneer uitvoeringen van een en hetzelfde stuk (soms behoorlijk) van elkaar verschillen, kunnen die bij de luisteraar/kijker iets anders teweegbrengen dan bij een eerdere beschouwing. Ook doet een uitvoering met iedere toeschouwer/luisteraar iets anders, want geen twee toeschouwers/luisteraars zijn aan elkaar gelijk. Een performance in de podium- en beeldende kunst kan ook een fysiek optreden binnen een ogenschijnlijk vertrouwde context zijn, waarin acties plaatsvinden die de toeschouwer totaal niet had verwacht. De performance of actie verwijst dan naar een wereld voortbrengen, iets nieuws creëren, teweegbrengen.

    Het performatieve impliceert een wereld waarin onderwerpen en voorwerpen nog niet zijn ontstaan of zelfs gematerialiseerd, maar altijd in een staat van voortdurende verandering of transformatie zijn, die onstabiel is en moeilijk te herhalen.5 Het performatieve maakt en doet de wereld zelf op het moment dat er aanspraak op wordt gedaan (door de lezer, gebruiker, toeschouwer, het publiek).  

    Artistic research maakt materiële argumenten. Kunst en vormgeving kunnen door middel van materiaal een wereld creëren. Een plaats wordt getransformeerd tot een nieuwe plaats met gebruikmaking van de kracht van de verbeelding. Artistiek onderzoek is denken door materie, (met inbegrip van de verschillende disciplines, media en methodes) het materiaal doet ook, activeert de beschouwer.

    Een transpositie vindt plaats van idee naar beeld, (of geluid, etc.). De transformatie hiervan is belangrijk in het totstandkomingsproces van elk en ieder soort werk. Het transformatieproces bepaalt de zeggingskracht van het uiteindelijke beeld. Artistic research zegt iets over die transformatie, in het maakproces, de materialisatie, ligt het onderzoek verscholen.6 In de kern van de zaak wil elke vorm van kunst zich in het transformatieproces een plaats toeëigenen en tot een nieuwe ‘autonome’ plaats verheffen.

     

    Het eeuwige en het continuüm

    Kun je vasthouden wat vergaat? Kun je tijd en plaats vastleggen, kun je iets dat voorbij gaat stilleggen en voor altijd behouden? Of zijn tijd en plaats niet te pakken, omdat je er niet bij kunt? Dit is bijvoorbeeld een onderzoeksvraag. Het is de mijne die mijn historisch en artistiek onderzoek heeft bepaald en in belangrijke mate beïnvloed is door autobiografische aspecten.

    De methode Artistic Research geldt als de denkwijze die door middel van alle media (met insluiting van de vluchtige, efemere), de atmosferische kwaliteit van een plaats (genius loci) versterken (ook in de transformatie ervan naar een nieuwe (autonome) plaats).7

    Disciplines worden interdisciplinair, media inwisselbaar maar behoren alle bij het persoonlijk motief. Het gaat bij artistiek onderzoek om het denken door de media, dat niet van buitenaf geanalyseerd wordt door derden, maar door de maker zelf getransformeerd, gereflecteerd, van binnenuit gevoeld en gespeeld wordt en wat vervolgens zijn weg vindt naar het publiek/de gebruiker, niet passief bevragend wat het betekent, maar wat het teweegbrengt om zo vervolgens weer een actieve betrokkenheid te genereren. Artistic research is de weg die het kunstwerk of het ontwerp aflegt via vragen, studies en reflecties om uiteindelijk een nieuwe plaats in te nemen, die wederom bevraagd wordt. Dit is een continuüm, een muizentrapje van maken naar vragen, weer naar reflecteren, naar maken, etc. Welkom in het onderzoek.

     

     

    Krien Clevis

    Artist/ researcher/ curator PhD

    Docent Artistic Research Academy Fine Arts & Design

    28.08.2015

    Dit is een ingekorte Nederlandse versie uit Time/Place/Memory: Artistic Research as a Form of Thinking -Through-Media, artikel geschreven voor de Goethe Universiteit Frankfurt, i.k.v. het Symposium ‘Sound Thinking’, juni 2013, Frankfurt.

    Gepubliceerd in: Sonic Thinking, ed. B. Herzogenrath, Bloomsbury Publishing, New York, 2016

     

     

    Noten:

    1. Uit de inleiding van www.phdarts.eu
    2. C. Norberg-Schulz, Genius Loci. Towards a phenomenology of architecture. Academy Editions London, 1980.
    3. Norberg-Schulz haalt Heidegger’s beroemde, uit de Griekse oudheid stammende, theorie van de poiēsis aan, dat met het woord technē in verband wordt gebracht met het maken. Janneke Wesseling haalt in verband hiermee Gerard Visser’s boek aan: Nietzsche en Heidegger. Een confrontatie. J. Wesseling, Kunst als poiēsis. In: Co-ops. Interterritoriale verkenningen in kunst en wetenschap. Uitgeverij De Buitenkant, Amsterdam, 2007. p. 37
    1. De Britse linguïst en taalfilosoof John L. Austin hield zich bezig met de verhouding tussen ‘zeggen’ en ‘doen’ in de taal en legde de basis voor de huidige discussie over performativiteit. In: C. Salter, Entangled. Technology and the Transformation of Performance. Introduction, The MIT Press, 2002
    2. C. Salter, Entangled. Technology and the Transformation of Performance. Introduction, The MIT Press, 2002
    3. Henk Borgdorff stelt: ‘For the opposition between theory and practice as soon we learn to understand the dynamic of the emergent field as a chain of transformations, … interactions, and articulations that may ultimately produce more reality.’ H. Borgdorff, The Conflict of the Faculties. Perspectives on Artistic Research and Academia. Leiden University Press, 2012
    4. De genius loci is de atmosferische kwaliteit van een plaats, zonder dat die meteen te duiden is. Onbestemd van karakter bepaalt hij niet zelden de exacte bepaling en het karakter van de plaats. Zie ook: Norberg-Schulz, Genius Loci. Towards a Phenomenology of Architecture (London, Academy Editions, 1980), in het bijzonder: Preface and Chapter I.